Tekst en fotografie: Hans Hollestelle
In de geschiedenis van de automobiel worden meerdere modellen de “mooiste auto aller tijden” genoemd. Voor mijzelf is dat de in Frankrijk gemaakte Citroën DS. De letters DS worden in het Frans uitgesproken als “Déesse”; godin. De auto kreeg in Nederland de bijnaam “Snoek”, naar de gestroomlijnde roofvis.

Toen de auto op 6 oktober 1955 werd geïntroduceerd op de Internationale Autosalon van Parijs was het direct een sensatie. In de eerste week van de Autosalon werden er al 80.000 bestellingen geplaatst (Wikipedia: Citroën DS).

Revolutionair
De Citroën DS was in veel opzichten een revolutionaire auto met een groot aantal technische innovaties. De eerste modellen hadden geen rempedaal maar een remknop naast het gaspedaal. Dat maakte de auto een beetje te vreemd voor een gemiddelde bestuurder, dus de remknop verdween al snel en werd vervangen door een regulier rempedaal.

Zeker revolutionair was de hydro-pneumatische vering. Een bolvormig reservoir met olie en samengeperste lucht zorgt ervoor dat de beweging van elk wiel gedempt wordt. Het geeft de auto een fluweel zachte vering die aanvoelt als een “vliegend tapijt”; de auto glijdt over de weg.

Het meest kenmerkende aan de Citroën DS is de gestroomlijnde vorm met een brede voorkant en een smallere achterkant. De vorm was ronduit futuristisch, zéker voor die tijd. Als je andere auto’s bekijkt die ook in 1955 gebouwd zijn, lijkt de Citroën DS uit een ander tijdperk te komen.

Details in het ontwerp
Niet alleen de totale vorm maakt hoe de auto eruit ziet, ook details als de koplampen en de achterverlichting bepalen mede de vorm. Zo heeft de Citroën DS een hele karakteristieke plek voor de richtingaanwijzers achter. Ze zitten naast de twee bovenhoeken van de achterruit in een armatuur dat in het Frans wel eens spottend het “frietzakje” wordt genoemd.










Flaminio Bertoni
De vormgeving van deze auto komt van de Italiaanse ontwerper, architect en beeldhouwer Flaminio Bertoni (1903-1964).

Hij had eerder de Citroën TA ontworpen. De “Traction Avant“, met de voor zijn tijd karakteristieke lage wegligging. De TA was een van de eerste in serie geproduceerde auto’s met voorwielaandrijving. Citroën produceerde de TA van 1934 tot 1957. De Citroën DS moest de directe opvolger worden van de Citroën TA.
Bertoni was ook verantwoordelijk voor het ontwerpen van de Citroën “2CV”, de “Lelijke Eend”, en de Citroën “H”, de bestelbus met golfplaten panelen voor de hele carroserie.




Varianten van de DS
Van alle typen auto’s is wel een coupé of een cabriolet geproduceerd. Ook van de Citroën DS zijn meerdere varianten ontworpen. Naast de reguliere “Berline” (sedan), is er de “Break” (stationwagon) en de wonderschone “Décapotable” (cabriolet). Citroën bouwde ook ambulances op het chassis van de DS.
De laatste Citroën DS rolde op 24 april 1975 uit de fabriek. Er werden tussen 1955 en 1975 in totaal 1.330.755 stuks van het type DS gebouwd.



Bronnen
Met dank aan Hans Riezebos.
Wikipedia: Citroën DS
Wikipedia: Flaminio Bertoni.
Wikipedia: Citroën TA “Traction Avant”
Wikipedia: Citroën 2CV.
Wikipedia: Citroën “H”.
Website: Stellantis Media.
De Citroën ID/DS Club Nederland.


